Geluk

De laatste tijd denk ik veel na over geluk. Wat is het eigenlijk, heb ik het al gevonden en kijk ik er overheen of is het iets waar je altijd naar blijft streven maar nooit echt bereikt? Ben je gelukkig als je niets te wensen hebt? Of ben je juist gelukkig als je hetgeen je hebt waardeert voor wat het is, ondanks dat er aan die kleine goudklompjes die je ‘bezit’ ook doffe randjes zitten? Door de wereld waarin we leven, word je voortdurend geconfronteerd met Het Grote Geluk Van De Ander. Dan heb ik het nog niet eens over bezit maar over dat geweldig leuke gezin, die perfecte echtgenoot, die hechte vriendinnengroep. Beelden op social media, maar ook beelden die mensen in je omgeving je schetsen. En die beelden, die maken me onzeker. Ook al weet ik dat wat gedeeld wordt, niet noodzakelijkerwijs strookt met de werkelijkheid.

Wat ik zo weinig zie, is de worsteling. De worsteling die ik bijna dagelijks voel. Het knokken voor datgeen dat het meest in de buurt komt van geluk. Knok ik dan alleen? Leven kost me moeite. Dat betekent niet dat ik dood wil. Allerminst. Maar die constatering, dat hier gewoon zijn voor mij een actieve bezigheid is, maakt me af en toe eenzaam. Ik heb al tal van doktoren gezien, medicatie geslikt, dagboeken vol geschreven. De woorden vinden is het probleem niet. Er verandering in brengen, dat is wat anders. Mijn overactieve hoofd twijfelt, maalt en piekert zich een weg in de rondte. Heb ik wel de juiste partner gekozen? Had ik wel moeder moeten worden? Moet ik een andere carrière zoeken? Vragen die me tussen het runnen van de BV Gezin voortdurend komen treiteren.

Er zijn momenten dat ik denk: die vragen, die proberen me iets te zeggen, ik moet erin duiken. Andere momenten denk ik: het leven is geen sprookje, er is geen magische oplossing, het leven loopt op een bepaalde manier, keuzen hebben consequenties. En ergens, heel soms, zitten er tussen die momenten milliseconden dat ik voel: nu. Nu klopt het. En dan. Is het weer weg.

Van alles niets

En toen was ik na 1 post alweer verdwenen. Het leven, Corona, kinderen, klusjes; het kwam in de weg te zitten van het schrijven. En nu ben ik hier weer, omdat ik het schrijven mis. Het vrije schrijven, het ordenen van mijn gedachten, op een totaal wanordelijke manier, woorden storten op een blanco digitaal vel, hopend dat als ik het teruglees, mijn leven wel logisch lijkt.

Want ik mag niet klagen. Ik heb alles. En toch voelt het alsof het niet van mij is. Alsof ik een stand-in ben voor iemand anders. Gedachten, gevoelens die ik eigenlijk altijd wegdruk. Mezelf vermanend toesprekend: hou op met dat over-analyseren, waarom kun je niet gewoon blij zijn met wat je hebt, waarom moet je altijd alles kapot redeneren. Al vaak vroeg ik me af waarom het leven voor mij zoveel zwaarder en bewerkelijker lijkt dan voor de mensen om me heen. Ervaren zij het eigenlijk hetzelfde als ik en delen ze dat gewoon niet? Of zit er iets in mij waardoor ik voor al die voor andere mensen vanzelfsprekende dingen, net iets meer mijn best moet doen?

De laatste tijd denk ik veel terug aan mijn jeugd. Een tijd waarin ik alles behalve jong kon zijn. Ben ik ooit eigenlijk wel echt een kind geweest, vraag ik me af nu ik twee meisjes van mijzelf mag groot brengen. Jarenlang ben ik in volle vaart langs al het verdriet geraasd. Scherend langs een afgrond waar ik niet in durfde te kijken. Want wat lag daar wel niet allemaal aan ellende? Een jeugd gekenmerkt door angst, onveiligheid, buikpijn. Opgevoed door een moeder die het zelf zo lastig had, die mij haar overlevingstactieken bijbracht waardoor ik nu voortdurend aan mezelf twijfel. Overdrijf ik niet? Stel ik me niet aan? Was het allemaal wel zo erg? Het was helemaal niet zo erg. Ik dik het aan. Ik wil zeker aandacht. Ik verzin het.

En ik weet totaal niet wat ik hiermee moet doen. Maar ik moet iets doen. Want door blijven razen, wil ik niet meer. Al was het alleen maar voor die twee meisjes. Dus totdat ik weet wat ik moet doen, schrijf ik. In de hoop dat de woorden me de weg gaan wijzen.

Schrijven in tijden van Corona

Het is heel wat jaren geleden dat ik hier voor het laatst schreef. In de tussenliggende tijd is er enorm veel veranderd. Mijn baby N is inmiddels bijna 7 jaar en ik kreeg nog een baby, baby S, die nu alweer 2,5 jaar is. Ik werd een Echte Volwassene. En het leven kabbelde door, met af en toe uitschieters, zoals die ene keer dat ik bijna een maand op de PAAZ zat omdat ik een zwangerschapspsychose had. Of die keren dat ik huilend achter mijn pc op kantoor zat omdat mijn jongste kind voortdurend ziek was en daardoor maanden achtereen gewoon niet sliep. Maar toch, het leven had iets kabbelends.

Tot nu bijna 3 weken geleden. Een beetje brak nog van een weekendje carnavallen zaten we op de bank naar de tv te staren; een uitzending die in het teken stond van dat virus uit China en Italië. Dat op dat moment nog heel ver weg leek. Maar dat opeens onze huiskamer binnenkwam toen de minister live op tv een briefje onder zijn neus geschoven kreeg. ‘Eerste coronapatient in Nederland’. We schrokken maar meteen kickte dat gevoel in: kom op, het zal zo’n vaart niet lopen.

Maar dat liep het wel. Inmiddels zijn de scholen gesloten, zijn de kantoren half leeg en is een koffie- of lunchafspraak, een bioscoopje of theaterbezoek iets geworden uit een ver verleden. Nog geen maand geleden stond ik met man en vrienden zingend in de kroeg, ons niet beseffend wat ons boven het hoofd hing.

Nog geen maand geleden maakte ik me druk over mijn lijn. Dacht ik na over welke stap in mijn carrière ik nu zou moeten gaan zetten. Irriteerde ik me aan het slechte eten van mijn kinderen. En nu. Nu voelt het alsof dat een vorig leven was. Alsof alles waarop mijn bestaan gebaseerd is, aan het verzakken is. En ik weet gewoon niet wat ik kan doen.